Haarband

Hij houdt van haar I

Op de dag van zijn leven was hij bijna vanzelfsprekend vroeg uit de veren. Veel slaap had hij die nacht niet gehad. Ietwat vermoeid ging hij rechtop zitten, wreef gapend de korstjes uit z’n ogen, rekte zich uit en voelde het donkerbruine haar over zijn rug kruipen. Een vertrouwd gevoel, zo ook op deze feestelijke dag. Hij plantte xe9xe9n been wat moeizaam naast zijn bed, waarna het andere been langzaam volgde. Op blote voeten schoof hij versuft over de koude vloer richting raam en liet zich door het daglicht begroeten. Zijn ogen begonnen te wennen aan het zonlicht en hij voelde zijn lichaam langzaam verder ontwaken. Even later, onder de douche, fantaseerde hij over wat zou volgen die dag en hoe hij volmondig ‘Ja’ zou zeggen. Ondertussen waste hij zijn lange haren nauwkeurig. Speciaal voor zijn lief. Zijn aanstaande was toch al niet zo gecharmeerd van zijn lange haar, maar hij vond het van des te meer toewijding getuigen dat ze hem, ondanks dat, gewoon nam zoals hij was. Hij liet zich onder enige hilariteit keurig in zijn pak hijsen door zijn trotse, naaste familie en bundelde zorgvuldig zijn lange haar in een paardestaart.

Hij houdt van haar II

Zij was de liefde van zijn leven. Zoveel was hem wel duidelijk geworden. Hij zou alles voor haar doen, zoals hij wist dat zij ook alles voor hem zou doen. Hij had er dan ook geen enkele moeite mee om dat voor de tv-camera’s breed uit te meten. De Evangelische Omroep had zich weer eens kosten noch moeite gespaard om oude tradities nieuw leven in te blazen en het volk in deze ‘fijne’ tijden te laten zien hoe je een keurig leven leidt. In de serie ‘De Weddingplanner’ werd het verschijnsel bruiloft breder uitgemeten dan ooit. Het zou ‘De Grootste Bruiloft Van Het Jaar’ moeten worden. Maar liefst vijfentwintig aanstaande paren werden gevolgd vanaf het oneindig struinen door de winkel voor huwelijkskleding tot en met die legendarische ‘mooiste dag van hun leven’. Samen met zijn liefste zou hij, net als die vierentwintig andere ideaalduo’s, in ‘De Weddingplanner’ heel Nederland laten zien hoe zij deelden wat geen enkel ander duo deelt.

Aan haar heb je niks

De mateloos irritant blije presentator draaide behendig als een aal met zijn microfoon tussen de vijfentwinig vrouwelijke wederhelften door. In een onbewaakt moment besloop hij haar en moffelde handig de microfoon onder haar neus.
- ‘Wat heb ik gehoord? Je wil wel trouwen, maar er is wel iets dat je nog wilt zeggen, he ?’
- ‘Ja’, vervolgde ze krijsend, ‘ik wil wel met hem trouwen, maar zijn staart moet er af! Anders trouw ik niet met hem’

Samenzweerderig gniffelde de presentator en herhaalde de conclusie nog eens luidkeels ten overstaan van de overige vierentwintig bruiden. In koor meegniffelend verkneuterde dit tribunaal zich eensgezind op wat komen zou.

Even later bleek dat Onze Lieve Heer elders in het bruidegomkorps xf3xf3k nog een steekje had laten vallen. Een tweede aanstaande bruidegom bleek namelijk over een tweetal dusdanig uiteenstaande voortanden te beschikken, dat zelfs een beginnend motorrijder in beschonken toestand er nog met groot gemak achteruit een Harley met zijspan tussen zou kunnen parkeren. Hier moest toch wel even ingegrepen worden, vond de programmaleiding. Zo gezegd zo gedaan: de ivoren hemelpoorten werden door een handige specialist middels een kundige ingreep vlekkeloos gesloten, zodat het langverwachte jawoord in ieder geval niet zou verzanden in een eindeloze luchtbehendigheidsoefening.

Het moment suprxeame was aangebroken. De nog immer overblije presentator wachtte samen met de bruid en vierentwintig aanstaande paren als een beul in de zonnige ochtend, gewapend met een glinsterende schaar, het arme lam op. Het offeren kon beginnen. Als een boer met kiespijn en met zichtbaar gespeeld plezier liet de bruidegom zich door de dolenthousiaste presentator kortwieken en beaamde nogmaals dat hij dit alles uit mateloze liefde voor zijn bruid deed.

De bruid straalde van geluk na het constateren van zoveel succesvol afgedwongen toewijding. Eindelijk kon ze hem helemaal nemen zoals hij was geworden. En de EO-camera’s registreerden feilloos hoe de bruidegom zich al vxf3xf3r het huwelijk had laten naaien…

11 April 2007
By on 21:11
Identiteit: over sterren, strepen, rood en groen

De hoofdingang van het plattelandsconcern straalt groots in het zonlicht. Een licht briesje streelt de metalen armen van de tourniquettes, waarachter de tijdklok meedogenloos de vertrek- en aankomsttijden van de werkende kudde met een nonchalant piepje registreert om deze vervolgens de database in te slingeren. Informatie die nooit vxf3xf3r maar altijd txe9gen de volgevreten schapen kan worden gebruikt. Wanneer het zo uitkomt…

Sinds kort waait er een nieuwe wind door het plattelandsconcern. Een wind, die nu een vreemde eend in de bijt doet wapperen. Aan xe9xe9n der keurig witte vlaggemasten, nabij de hoofdingang, wappert een ongebruikelijk stukje stof – de ‘stars & stripes’- ter identificatie van de thuisbasis van ‘de grote overnemer’. De volgevreten schapen schuifelen er wat onwennig langs. De stal is verkocht. En het is nog maar de vraag of er nog genoeg plek is om te vreten.

Een opmerkzaam schaap had door z’n wol heen al eerder kunnen voelen dat een vlaagje vreemde wind zich door de stalkieren een weg naar binnen zocht. Immers ‘outsourcing’, opeenvolgende reorganisaties en speculaties over de toekomst waren al maanden het gesprek van de dag, de strepen van de rookzxf4negrenzen omsloten een steeds kleiner verbanningsgebied en de vlag der eigen verantwoordelijkheid werd steeds hoger in het vaandel gehesen.

Braaf passeerden de schapen dag in dag uit keurig op tijd de klok, trokken de rokende exemplaren zich gedwee en kritiekloos terug tot de paar toegestane vierkante meters en werden de ellebogen in stelling gebracht. Overleven was het credo geworden. Desnoods ten koste van eigen identiteit. Men had ook wat te verliezen: met handen en voeten gebonden aan een buitensporig uitgavenpatroon, ingegeven door een verlammende, belachelijk comfortabele CAO van Centerparcsallure, leefden ze stuk voor stuk op te grote voet. Liever gedwee doorhobbelen met luxebehoud dan dxe1t opgeven.

Dezelfde vreemde wind lijkt tot ver buiten de concernpoorten en zelfs de provincie te reiken. Een omlaag gevallen would-be minister president van vergane, rode allure heeft in de coalitieonderhandelingen in twee opzichten z’n ziel verkocht aan het graskleurige monster en een draai richting groen gemaakt. Honderduizenden doden in Irak blijken minder belangrijk te zijn dan het gezichtsverlies ten gevolge van een WAO-miscalculatie. Zo kiest hij eieren voor zijn geld en schaart zich achter het door die vreemde wind voortgeblazen legergroen dat op basis van schijnargumenten koste wat kost een onnozele dictator aan de kant moest schuiven.

Misleidende mechanismen uit het recente verleden, die tot deze internationale politieke miskleun leidden,mogen wat hem betreft niet onderzocht blijven. Amechtig valt hij in de groene armen van een verder kleurloze en openheid vrezende minister president en garandeert daarmee en passant een verdergaande vertrutting van een land dat inmiddels zxe9lf hard op weg is een province te worden.

Ondertussen sterven nog dagelijks tientallen onschuldige burgers, maar de WAO-miscalculatie is in de vorm van wisselgeld weggepoetst. Christengroen zegeviert, maar met rode handen…

‘Green burns to yellow,
to orange
to dirt
Covered baby bones in powder piles,
mile after mile. 

And a line is a dime. A slaughter’s a quarter. 
Yes, the Green God’s immortal,
whispers "Peace in our time." 

RED ALERT!

Here come the Green Gang…’

The Green GangLPD (The Crushed Velvet Apocalypse, 1989)


By on 20:57
Je lult je loop achterna

Au, alweer een kogelregen
En men zag het vertrouwd aan
Nee, men was er niet meer tegen
En weet je wat ik zei:

Je lult je loop achterna
Je lult je loop achterna

Hij zei: "Als ik Saddam toch maar eens vond
En die gedachten langs de wet
Och, wie maalt waar het vandaan komt
Geen hond die daar op let"

Hij lult z’n loop achterna
Hij lult z’n loop achterna

{Hurray, Hurray}  Mijn god hij is van mij
{O jee, O jee}     Ai.. toch massawapenvrij
{O nee, O nee}     ‘k Ga niet beloven ‘t is over
{Okay, Okay}       Mmm.. Ik blijf toch een gevaar
{Okay, Okay}       Ik link aan Al Qaida
{O nee, O nee}     ‘k Ga niet beloven ‘t is over

Zeg me wie er nu nog zin geeft
Niets dan levens in gevaar
En gaat hij verder dan hij toegeeft?
Ach, wat ik zeg is waar

Hij lult z’n loop achterna
Hij lult z’n loop achterna

{Hurray, Hurray}  Mijn god hij is van mij
{O jee, O jee}      Ai.. toch massawapenvrij
{O nee, O nee}     ‘k Ga niet beloven ‘t is over
{Okay, Okay}       Mmm.. Ik blijf toch een gevaar
{Okay, Okay}       Ik link aan Al Qaida
{O nee, O nee}     ‘k Ga niet beloven ‘t is over

{Hurray, Hurray}   Mijn god hij is van mij
{O jee, O jee}      Mmm.. toch massawapenvrij
{O nee, O nee}     ‘k Ga niet beloven ‘t is over
{Okay, Okay}        Mmm.. Ik blijf toch een gevaar
{Okay, Okay}        Ik link aan Al Qaida
{O nee, O nee}     ‘k Ga niet beloven ‘t is over

‘t Is olie
In d’olie
Olie
O..lie..domme

A.,
januari 2007


Au, ik heb de bons gekregen
En ze keek me ijskoud aan
Nee, ze kon er niet meer tegen
En weet je wat ze zei:

Je loopt je lul achterna
Je loopt je lul achterna

Ze zei: "Waar was je gisteravond
Je liet me wachten in ons bed
En o ik weet waar jij vandaan komt
Je was weer bij die slet"

Je loopt je lul achterna
Je loopt je lul achterna

{Oweh oweh}   Mijn god x91t is voorbij
{Oweh oweh}   Mmm.. ze is niet meer van mij
{Oweh oweh}   Niet te geloven, x91t is over
{Oweh oweh}   Mmm.. Wat moet ik zonder haar
{Oweh oweh}   We pasten bij elkaar
{Oweh oweh}   Niet te geloven, x91t is over

Zeg me wat er nu nog zin heeft
Niks dan leegte zonder haar
En moet ik verder zoals ik nu leef?
Ach, wat ze zegt is waar

Ik loop m’n lul achterna
Ik loop m’n lul achterna

{Oweh oweh}   Mijn god x91t is voorbij
{Oweh oweh}   Aah.. ze is niet meer van mij
{Oweh oweh}   Niet te geloven x91t is over
{Oweh oweh}   Mmm.. wat moet ik zonder haar
{Oweh oweh}   Aah, we pasten bij elkaar
{Oweh oweh}   Niet te geloven x91t is over

{Oweh oweh}   Mijn god x91t is voorbij
{Oweh oweh}   Mmm.. ze is niet meer van mij
{Oweh oweh}   Niet te geloven, x91t is over
{Oweh oweh}   Mmm.. Wat moet ik zonder haar
{Oweh oweh}   We pasten bij elkaar
{Oweh oweh}   Niet te geloven, x91t is over

x91t Is over
x91t Is zover
Over
O..ver..domme

Doe Maar- Je loopt je lul achterna (4Us, 1983) 

9 January 2007
By on 21:08
Jan P(o)xebter

Beste Sint,

Ik ben een aalgladde, ethische borst uit Kapelle,
die zonder Donner niet goed wist wat te vertelle’.
Op een skatebord heb ik niet zo succesvol gestoeid,
tijdens Rita’s debat was ik nogal oververmoeid.
Maar ik ben nu wakker genoeg om twee letters te bestelle’.

Groetjes,
J.P.

4 December 2006
By on 21:52
Jan P(o)ëter

Beste Sint,

Ik ben een aalgladde, ethische borst uit Kapelle,
die zonder Donner niet goed wist wat te vertelle’.
Op een skatebord heb ik niet zo succesvol gestoeid,
tijdens Rita’s debat was ik nogal oververmoeid.
Maar ik ben nu wakker genoeg om twee letters te bestelle’.

Groetjes,
J.P.


By on 21:52
Door-lopend rood

In de stad waar de rode zone sinds kort is verbannen naar een duistere uithoek, is het bedrijvig in de omstreden doolhofterminal van ‘De Gele Vervoerder’. Tussen de rondkrioelende individuen zijn de enthousiaste represtentanten van de bovengrondse rode handel herkenbaar aan een vleugje rood dan wel een volkomen rode uitdossing. Een zorgvuldig afgewogen rode uiting in de vorm van hartje of zonnetje op de wang, een clownesk roodgeverfde neus, een vergeten, ietwat vaalrode trui met reclameopdruk of een subtiel boven de spijkerbroek uitstekend, rood lingerierandje beweegt zich met net iets grotere snelheid voort richting uitgang dan de gewoonlijke, trage huiswaartse vaart van de collectieve passagiersbeweging.

De buitensporige opeenvolging van trappen leidt me vanzelfsprekend en precies volgens plan van de aannemer langs een rij overdekte blokkendozen met handelswaar, die me tot kopen zouden moeten aanzetten. Hoewel op dat moment niets koopbaars mijn geest beheerst, sluit ik achter aan in de rij voor de papiermachine van ‘De Blauwe Bank’. Achter me wordt over en weer elkaars roodgehalte gexebvalueerd, terwijl een man met een gigantische wijnvlek op z’n gezicht stoxefcijns voorbijloopt.

- ‘Ik heb helemaal niets roods om aan te trekken.’
- ‘Nee, ik ook niet. Ik draag nooit rood.’
- ‘Volgens mij heeft bijna niemand iets roods in huis.’
- ‘Waarom heeft hij dan ook geen andere kleur gekozen ?’
- ‘Meer dan dit kon ik niet vinden in mijn kleerkast.’

Buiten rijden bussen af en aan. Nerveus fluitende en armzwaaiende agenten in oranje hesjes proberen zichzelf te handhaven op onlogische kruisingen, die je normaal zelfs xedn je auto al mijdt. Een volgende trein bussen vertrekt richting het stadion, waar over ruim een uur de zoveelste ‘Symphonica in Rosso’ zal aanzwellen. Tegen betaling zullen de volgelingen van de bovengrondse rode handel klakkeloos aan de voeten liggen van hun idool, de perfecte vertolker van archetypische liefdeszoetsappigheid appelerend aan collectieve herkenning en zorgvuldig gegoten in een te exploiteren product. Hij zal, geheel in stijl, met een opgeblazen, rood hoofd de zoveelste zorgvuldig opgebouwde climax van de zoveelste hit volgens het welbeproefde stramien, gespeeld emotioneel en krijsend, ten gehore brengen, terwijl ergens in een hoek al een tijdje zijn afgeworpen rode colbert  wat verloren rondslingert. Het enige rood dat hij had meegenomen voor de avond.

Ik sta voor het rode verkeerslicht en kan niet wachten tot het op groen springt. Voor mij geen rood vandaag. Daar ben ik nu even bewust te kleurloos voor…

‘Colliding in the stroboscope,
Yes, now you see me, now you don’t.
Tonight I’m dressed in black.
I mourn the death of color.’

Cheraderama- EKS (The Maria Dimension, 1991)

Werp het eruit:
Oxf3k naar Borsato geweest ? 

25 October 2006
By on 19:44
Schijts

De rode, plastic lichtgewichtvoetbal rolde op het grijze pad tussen de twee groengele gazons. Vlak voordat de bal z’n stille evenwicht vond, schopte een enthousiaste speler de bal richting medespeler.

Het was lunchpauze en de medewerkers van de afdeling uit het gebouw aan de overkant namen het ervan. Sommigen van hen, vooral de dames, waren verwikkeld in op het oog serieuze en intieme gesprekken op de houten bankjes langs het gazon, af en toe een blik werpend op de rondgaande bal. Anderen onder hen, vooral de heren, lieten nog xe9xe9n keer het kind in zichzelf los en schopten enthousiast als kleine jongetjes tegen de plastic bal, die moeiteloos af en toe door de wind werd gevangen.

De nieuwbakken overburen van de net verhuisde afdeling aan de overkant maakten als groep een hechte, dynamische en gezellige indruk.

Hoe anders was het in het gebouw van waaruit dit schouwspel zichtbaar was. De leidinggevende in dit gebouw had zijn afdeling en dus ook zijn rol in de organisatie zien afkalven. Uit pure onmacht het slagveld onder het gedesillusioneerde personeel op zijn bovenverdieping in goede banen te leiden, zocht hij steeds vaker de benedenverdieping op. Ter afleiding wellicht en ter egostreling. De collega’s op de bovenverdieping konden hem wel schieten en hij miste de handvatten om ermee om te gaan. Het enige waarop hij zich maar bleef beroepen was zijn hixebrarchische positie, maar die werd eigenlijk al niet meer serieus genomen door zijn minderen.

Ter afleiding sloop hij af en toe, sneaky zoals allxe9xe9n hij dat kon, xe9xe9n van de kantoren op de benedenverdieping binnen. Daar vond hij af en toe bij sommige medewerkers nog de ontspanning en het respect dat hij eigenlijk op de bovenverdieping zocht.

Net toen xe9xe9n van de medewerkers had gezegd dat het er buiten, bij de afdeling aan de overkant, wel gezellig uitzag, bromde hij wat. "Dit moet niet nxf3g een dag zo doorgaan of ik ga er wat van zeggen". Zelfvoldaan liep hij weg, maar voelde zich krimpen toen hij met lood in zijn schoenen de trap opliep…

Werp het eruit:
Welke voorbeelden van via futiliteiten compenserende leidinggevenden ken jij ?

1 October 2006
By on 18:41
Het verleden van heden

‘Nu’ bestaat niet. Immers, zo gauw het woord is uitgesproken heeft de tijd de betekenis ervan al bij de kladden gehad. Eigenlijk is er alleen maar verleden en toekomst. Daarover kun je tenminste iets zeggen. Over ‘nu’ valt niets zeggen zonder het per direct te verwijzen naar de geschiedenis en je bijgevolg niet meer zegt wat je oorspronkelijk wilde zeggen.

Ergens in de stad floreerde eens een op logge batterijkippen gexebnt fastfoodrestaurant. Je kon het zo gek niet bedenken of er stond wel een kipversie op de menukaart, boven de counter: kipfricadellen, kipkroketten, kipburgers, kipstaven, kipsticks, kipgehaktballen, kipfingers, kipnuggets en ander in een vetbad gegaard kakelvlees.

Sinds..euh..
Ja…
Sinds…
Sinds wanneer ?

Sinds ‘enige tijd’ zijn de tl-lampen achter de gele menulijsten gedoofd, zijn de counters onbemand, is het vetbad continu koud en lopen voorbijgangers langs de glazen ramen van een duister, levenloos intereur. Stadsvernieuwing dwingt de kipgigant haar deuren te sluiten.

Op de ramen prijken witte A4-vellen met een handbeschreven tekst: ‘Vanaf heden gesloten’.

Heeft de schrijver van deze teksten zich ooit gerealiseerd dat het iedere dag ‘heden’ is, en dat, sinds het ophangen van de A4-tjes, op iedere willekeurige dag daarna, potentixeble bezoekers, eenmaal geconfronteerd met het duistere interieur, denken: ‘Verdorie, op een haar na te laat !’

Je gaat haast gaan denken dat een licht masochistische neiging de tekstschrijver niet vreemd is…

29 August 2006
By on 18:52
Ver(der)weven ?

Nog vxf3xf3rdat de bui in alle hevigheid losbarst, vlucht ik onder het perrondak. Schepen met zure appelen trekken langs de hemel en het perrondak, waaronder binnen niet al te lange tijd een trein zal arriveren. In de verte zie ik mijn ‘perronmaatje’ rijden op zijn vouwfietsje. Brutaal doortrappend op het perron parkeert hij zijn fiets twee meter van de rookpaal. Met doorweekte jasmouwen, de beide buien vervloekend, begint hij kranig en routineus zijn stalen ros met wat soepele bewegingen op te vouwen. Hij vist bij wijze van beloning met een brede glimlach zijn laatste sigaartje uit een metalen doosje. Triomfantelijk kijkt hij me aan, als een kind van midden 40, alsof hij al is vergeten dat z’n laatste sigaar op hem lag te wachten en hij zichzelf toch maar even mooi heeft verrast. Ik spreek hem met een becommentarixebrende groet aan.

- ‘Deze moet wel extra lekker smaken’
- ‘Nou, ik weet het niet. De eerste is eigenlijk de lekkerste. Dan zijn ze nog vers…’

Vervolgens zet hij de hens in zijn laatste sigaartje en over en weer gooien we er wat met leedvermaak doorspekte zinnen uit over noeste aardappeltelers die in een kurkdroge julimaand tot in den treure aan het sproeien zijn geweest om nu, in een xedn en xedn zompige augustusmaand, radeloos de rottende aardappelknikkertjes uit de klei te trekken. Het weer vervlochten met leedvermaak bewijzen overduidelijk hun dienst als gespreksingredixebnten om een ijzige stilte te ontdooien.

Enkele minuten later arriveert het gele gevaarte van de ‘Nationale Stoorwegen’. We stappen in en ik kom al snel tot de ontdekking dat zoeken naar een zitplaats een tamelijk zinloze activiteit zal gaan worden. Berustend in dit lot nestel ik me staand tegen een treinbank, verontschuldigingen mompelend naar de passagier tegen wiens schouder ik mijn rechterbil heb geplant.

Om me heen wemelt het van ‘draagbare techniek’: I-pods, ‘would be’-I-pods, en gsm-toestellen. Veel gsm-toestellen. Over de schouders van een zittende passagier ontdek ik dat sudoku’s tegenwoordig ook in Javaversie voor gsm’s beschikbaar zijn en dat op die wijze toch even handig twee hypes met elkaar zijn verweven.

Onwillekeurig moest ik even terugdenken aan de uitzending van Zomergasten, gisteravond, waarin filosoof Ad Verbrugge, een ‘bouwjaargenoot’ van me, te gast was. Gedurende de uitzending kwam de rol ter sprake, die de techniek speelt in het proces van hoe ‘de dingen zich in hun zijnde aan ons voordoen’: de manier waarop techniek de objecten om ons heen een wezenlijk andere betekenis of dimensie geeft dan voorheen.

Aan het einde van het treingangpad zit een ‘pastelmeisje’ van begin 20 met aan haar lichaam goudkleurige gympen, een witte Disney-trui met daarop de beeltenis van een uitbundige Katrien Duck. Ze bedient met nerveuze duimbewegingen een roze gsm, haar pastelgroene tas op haar knieexebn geplant.

Exe9n van de uitlatingen van gisteravond die in me opkwam, was een uitspraak van Verbrugge, die me als gedachte wel bekend voor kwam: ‘vluchten in techniek is een vorm van geestelijke armoede’.

Twee dagen eerder…
Op een regenachtige zaterdagmiddag zie ik en passant wat educatief verantwoorde programma’s van TELEAC. Tussen een geoloog, die ons kijkers aanstekelijk enthousiast overspoelt met een reeks toevallig uit de aardappelenklei getrokken oudheidkundige schatten en een bevlogen over Rembrandt orakelende kunsthistoricus, zie ik een minidocumentaire over de industrixeble revolutie: van handarbeid tot techniek naar technieker naar techniekst… Dit lijkt zich almaar verder en in een almaar hoger tempo op te stapelen. Met hernieuwde verbazing zie ik de evolutie van het weven en de wever aan me voorbijtrekken: van ‘allround’ eenmanswever tot subsubsub-procesbediende in een weeffabriek. De evolutie van techniek gaat door en het immer doorgegeven estafettestokje van vergaarde en nieuw verworven kennis heeft er al lang toe geleid dat we blij mogen zijn de bovenlaag van deze technologische brij nog in de smiezen te hebben. De knoppen van een i-Pod kunnen we nog net bedienen, maar wat gebeurt daaronder toch in ‘s Hemelsnaam allemaal ? Het lijkt onmogelijk de basis nog volledig te beheersen en bijvoorbeeld in je eentje op een regenachtige woensdagmiddag vrolijk een doek in elkaar te weven. Hebben we het hier nu wellicht over intellectuele armoede of over een voortschrijdende beweging richting eendimensionaliteit ? Zonder specialisatie lijkt vooruitgang onmogelijk. Met vooruitgang lijkt allround-kennis onmogelijk. Moeten we wel vooruit ?

Op het eindstation aangekomen grijp xf3xf3k ik mijn gsm uit mijn zak en lees een recente ervaring van een vriend, die binnenkort op vakantie gaat: op pasfoto’s mag niet meer worden gelachen, omdat lachende gezichten minder herkenbaar zouden zijn. De techniek allxe9xe9n blijkt toch niet voldoende mogelijkheden te bieden om het document en de eigenaar ervan in voldoende mate aan elkaar te toetsen. Ik lach. En blijf dat doen. Zo lang mogelijk. Zo hard mogelijk !

Werp het eruit:
Wat zijn volgens jou de zoete en de bittere vruchten van technologische vooruitgang ?

28 August 2006
By on 21:06
Foutje, bedankt..

Nadat ik de laatste slokken koffie heb weggewerkt sla ik mijn jas over de stoel naast me en nestel ik me in een  comfortabele, met een dikke laag kussens bedekte stoel. Een behaaglijk gevoel overspoelt me en ik nestel me nog dieper in de dikke, zachte kussenlaag. En dat, terwijl ik bij voorbaat al weet dat het een zware dobber gaat worden vanavond. Net nadat ik me onderuit heb laten zakken overspoelt een stroom van jachtige beelden en geluiden mijn zintuigen. Ik laat ze bewust wat aan me voorbij gaan en merk, een paar minuten later, dat de duisternis haar koele armen om me heen slaat. Ik staar voor me uit en voel heel bewust nog eens de compenserende warmte van de dikke kussens onder me.

Een platte, witte rechthoek licht langaam en groot voor me op en even later bevind ik me in een wereld ver van hier. Drie Britse  mannen van Pakistaanse komaf (in de driedemensionale wereld bekend als ‘The Tipton Three’) keren terug naar hun roots, waar een vierde zich al bevindt en op het punt staat te trouwen. Zon, oker, geel en rood, zand en stof, bedrijvigheid, bergen, eetkraampjes en naanbrood. Door elkaar heen krioelende Pakistani in een voor mij onbekende wereld. En toch ben ik er ook. Voor even.

Exe9n voor xe9xe9n vullen de drie sprekende mannenhoofden, meer dan levensgroot voor mij, elkaar aan in een relaas, terwijl, tussen de in twee opzichten sprekende hoofden door, hetzelfde verhaal zich in beelden aan mij ontvouwt.

Wat een door vriendschap gedreven, feestelijke terugkeer naar de roots en een vriend moest worden begint te ontaarden. Het drietal laat zich overhalen naar Afghanistan te trekken om ‘te helpen’ te midden van een oorlogssituatie. Ik zie Kabul, dat in de nacht wordt gebombardeerd, aan mijn ogen voorbijtrekken, terwijl het drietal in een auto langs de stad wordt gereden en zich ineens realiseert dat dit geen film is, zich ondertussen afvragend waarheen de reis leidt. Uiteindelijk arriveert het drietal bij een gebouw in the middle of nowhere waar zich meer bebaarde en bejurkte mannen van Afghaanse komaf bevinden, beladen met Kalashnikovs. In de erop volgende nacht zie ik een hinderlaag en hoor schoten en bominslagen over en weer en zie mensen rennen en duiken voor hun levens. Bij daglicht blijkt de ravage compleet: lijken, lichaamsdelen en ingewanden liggen ten prooi aan vliegen verspreid in het hete zand, onder een brandende zon. Het drietal loopt er verslagen tussendoor.

Nietsvermoedend wordt het drietal met een twintigtal lotgenoten uiteindelijk gekidnapt, valt in verkeerde handen en na een rit in de donkere, drukkend warme laadruimte van een vrachtwagen, tussen tientallen weeklagende lotgenoten, valt uiteindelijk het volle daglicht op hun nog samengeknepen ogen wanneer de achterklep wagenwijd wordt opengetrokken. Een groep Amerikanen in lichtbruine uniformen staart hen met getrokken geweren aan, wandelt door de op de grond van de laadruimte liggende, uitgeputte en deels dode medereizigers, tast al schoppend af wie nog wel levend is en wie niet. De overlevenden van de rit worden uit de vrachwagen gesleept en verzameld en vervolgens op het hete zand van de grond kleinerend met getrokken geweren toegeschreeuwd.

Een vliegtuigvlucht naar Kandahar volgt, waar het drietal en hun lotgenoten in kippegaashokken in de brandende zon apart van elkaar  worden opgesloten, terwijl ze getuige zijn van het feit dat als een buurman zich even niet volgens de regels gedraagt, wordt bezocht door een vijfkoppige afwerkploeg, die, onder het in koor uitstoten van ‘oeh oeh oeh’-geluiden de kippehokcel binnenmarcheert om daarna de buurman gezamenlijk af te tuigen. Tussendoor vertellen de drie grote hoofden van het drietal, op het projectiedoek voor me, over hun ervaringen.

Na een vlucht naar Cuba belandt de zwartgemaskerde groep gevangenen in oranje uniformen op Guantanamo Bay, waar gedurende individuele verhoren, tussen de soms uren durende isoleersesies door (dan weer in een isoleercel dan weer in een ruimte met stroboscoopverlichting en zenuwslopend  harde muziek), ze onder schot worden ondervraagd en gedwongen worden belastende verklaringen over zichzelf af te leggen op basis van non-bewijzen, waarvan ze zelf weten dat het niet in de haak is, maar hen toch soms drijvend tot bekentenissen.

Gedurende bijna een uur ben ik getuige van de opeenvolgende vernederingen en het geleur van hot naar her met gevangenen in een brandende zon, waarna zich uiteindelijk toch nog de vrijlating van het drietal, enkele jaren na gevangenname, voor me ontvouwt. Het is duidelijk dat er een vergissing is gemaakt, maar er wordt geen enkel excuuswoord aan vuil gemaakt.

Het rechthoekige licht dooft. De lampen gaan aan. Ik ben terug op een avond in Nederland. Toekomstige, zakelijke nieuwsfeiten zijn voor mij in het vervolg gekoppeld aan beelden, gevoel en lading, ongeacht de exact feitelijk inhoudelijke juistheid van het zojuist gadegeslagene. Ik wandel naar huis en groet mijn kat. Buiten hoor ik drie donderslagen en stroomt de regen uit de lucht.

Michael Winterbottom & Mat Whitecross- The road to Guantanamo (GB, 2006)

Werp het eruit:
Normen vervagen in de strijd tegen het terrorisme. Alles lijkt geoorloofd. Ook aan je eigen recht op privacy wordt, onder het mom van diezelfde strijd, nu al geknaagd, terwijl het maar de vraag is of eenmaal verloren gegane, wettelijke bescherming op dit vlak ooit weer wordt teruggegeven. Wat vind jij hiervan ?

2 August 2006
By on 23:42